**Maya ontdekt een geheime tunnel onder haar huis**
Er was eens, in een klein, gezellig dorpje genaamd Knuffelstad, een meisje met de naam Maya. Maya was niet zomaar een meisje; ze had een sprankeling in haar ogen die zelfs de zon jaloers zou maken. Met haar krullende, kastanjebruine haren en haar altijd aanwezige glimlach was ze het zonnetje in huis – en dat terwijl ze nog nooit echt had geweten hoe ze de zon moest laten schijnen. Maar dat terzijde!
Maya woonde in een schattig huis met een tuin vol kleurrijke bloemen en een schommel die altijd tevoorschijn kwam als je het meest verdrietig was. Haar ouders waren dol op avontuur, maar helaas hadden ze hun avontuurlijke geest verloren in de dagelijkse sleur van het volwassen leven. Ze werkten hard, maar Maya wist dat er ergens diep van binnen nog steeds een sprankje avontuur verborgen lag.
Op een dag, terwijl ze aan het spelen was in de tuin, viel Maya's oog op iets vreemds. Het was geen monster of een vliegende olifant (wat je zou verwachten in zo'n spannend verhaal), maar gewoon een oude houten plank die scheef op de grond lag. "Wat doet die daar?" vroeg ze zich af terwijl ze dichterbij kwam. Het leek wel alsof de plank haar iets toefluisterde: "Kom hier! Ik heb geheimen!"
Met haar nieuwsgierigheid als gids tilde Maya voorzichtig de plank op en ontdekte tot haar grote verbazing dat er onder de grond iets glinsterde! “Oh jee,” dacht ze, “dit lijkt wel op het begin van een spannend avontuur!” En dus besloot ze om verder te graven – met behulp van haar favoriete schep: de roze plastic schep met sterretjes erop.
Na wat leek op uren graven (maar waarschijnlijk slechts enkele minuten waren), stuitte Maya op iets hards. Ze boog zich voorover en ontdekte dat het geen gewoon stuk steen was; het was de ingang van een tunnel! “Wauw!” riep ze uit. “Een echte tunnel! Wat zou er aan de andere kant zijn? Een schat? Een draak? Of misschien wel... pizza?”
Met haar hart dat als een trommel klopte van spanning (en misschien ook omdat ze net had nagedacht over pizza), kroop Maya voorzichtig door de opening van de tunnel. Het was donker en vochtig, en ze kon alleen maar hopen dat er geen spinnen waren – want spinnen waren absoluut niet cool, zelfs niet als je vijf jaar oud bent.
De tunnel kronkelde en draaide als een spiraalvormige glijbaan zonder einde. Terwijl ze verder kroop, begon Maya te zingen om zichzelf gerust te stellen: “Ik ben Maya, ik ben dapper! Ik ga op zoek naar iets leuks… misschien zelfs naar snoep!” En terwijl ze zong, voelde ze zich steeds moediger.
Na wat leek op eeuwigheid (maar eigenlijk slechts tien minuten was), kwam Maya eindelijk bij het einde van de tunnel uit. Ze knipperde met haar ogen tegen het felle licht dat naar binnen straalde. Toen ze zich eenmaal had ingesteld op het licht, zag ze tot haar grote verbazing... een prachtige ondergrondse wereld!
Het leek wel alsof iemand had geprobeerd om Knuffelstad ondergronds na te bouwen! Er waren kleurrijke huizen gemaakt van snoepgoed – ja echt waar! De muren waren gemaakt van chocolade en de ramen waren gemaakt van suikerwerk. En middenin deze wonderlijke wereld stond er zelfs een reusachtige boom met takken vol glitterende sterren.
“Dit is geweldig!” riep Maya uit terwijl ze rondkeek. Maar voordat ze verder kon dromen over al het lekkers om haar heen, hoorde ze ineens stemmen.
“Wie komt daar?” klonk er vanuit één van de snoepjeshuizen. Een klein mannetje met groene haren en grote oren kwam naar buiten gerend. Hij droeg een hoed gemaakt van marsepein en had ogen zo groot als knikkers.
“Hallo!” zei hij vrolijk. “Ik ben Timo, de bewaker van deze snoepwereld! Wat brengt jou hier?”
“Ik ben Maya,” zei ons dappere meisje met glanzende ogen vol verwondering. “Ik vond deze tunnel onder mijn huis!”
Timo keek verrast en zei: “Dat is bijzonder! We hebben al jaren niemand meer gezien vanuit boven! Welkom in onze wereld vol magie!”
Maya kon haar geluk niet op! Timo leidde haar rond door zijn wereld vol wonderen – er waren kermissen waar je suikerspinnen kon winnen door te springen zoals kangaroes, en er waren zelfs kleine elfjes die dansen deden op muziek die alleen zij konden horen.
Maar naarmate de tijd verstreek, begon Maya zich zorgen te maken over hoe laat het inmiddels al moest zijn bovenaan bij haar huisje in Knuffelstad. Haar ouders zouden zich vast zorgen maken!
“Timo,” zei Maya voorzichtig, “het is geweldig hier beneden… maar ik moet terug naar huis.”
Timo’s gezicht veranderde even in verdriet toen hij hoorde wat zij zei. “Maar we hebben jou zo graag hier bij ons!” zei hij met zijn grote ogen vol tranen.
Maya voelde ook verdriet in haar hart; zij had zoveel plezier gehad met Timo en alle andere magische wezens die zij had ontmoet tijdens dit avontuur.
“Misschien kan ik terugkomen?” stelde zij voor hoopvol.
Timo’s gezicht lichtte weer op: “Dat zou geweldig zijn! Je bent altijd welkom hier!”
Met dat gezegd werd er snel afscheid genomen; Timo gaf Maya zelfs nog wat snoepjes mee voor onderweg – want wie kan nu ooit genoeg snoep hebben?
Toen Maya weer thuis kwam via dezelfde tunnel waaruit zij gekomen was, voelde alles weer normaal aan… maar dan ook weer niet helemaal normaal omdat zij nu zoveel meer wist over geheimen ondergronds!
Haar ouders stonden al ongerust bij de achterdeur toen zij naar buiten kwam gekropen met geschenken uit snoepland in handen.
“Maya!” riep mama bezorgd uit terwijl papa zijn handen door zijn haren haalde zoals alleen papa’s kunnen doen als zij zich zorgen maken.
“Ik ben terug!” riep Maya vrolijk terwijl zij hen omhelsde. “En weet je wat? Ik heb iets ongelooflijks ontdekt!”
En terwijl Maya hen vertelde over Timo en zijn magische wereld vol snoepgoed en magie (wat natuurlijk allemaal heel erg geloofwaardig klonk), wisten zowel mama als papa diep van binnen dat hun kleine avonturier altijd klaar zou staan om nieuwe geheimen te ontdekken – of dat nu onder hun huis of ergens anders ter wereld was.
Zo eindigde dit avontuur voor nu… maar wie weet wat morgen zal brengen? Misschien vindt iemand wel weer iets nieuws onder hun voeten of gaat iemand anders ook eens kijken wat er achter die mysterieuze deur zit...
En zo leefden zij nog lang en gelukkig… Of tenminste totdat mama besloot dat het tijd werd voor bedtijd - want elke avonturier heeft ook rust nodig!