Kinderverhaaltje: de laatste trein naar huis (door een ondeugende clown)



Terug naar het overzicht met kinderverhaaltjes

**De Laatste Trein naar Huis**

Het was een warme zomerdag. De zon scheen helder aan de lucht en de lucht was blauw. Niels zat op een steen naast de waterval. Het water viel met een vrolijk geruis naar beneden. Hij keek naar de spetters die omhoog kwamen en in de zon als diamanten glinsterden. Niels vond het fijn om hier te zijn, alleen met zijn gedachten.

Nola kwam aanlopen. Ze had een grote hoed op en haar haren dansten in de wind. "Wat doe je hier, Niels?" vroeg ze met een glimlach. "Ik kijk naar het water," antwoordde hij. "Het is mooi, hè?" Nola knikte en ging naast hem zitten.

Plotseling hoorden ze een vreemd geluid. Het klonk als gelach, maar dan heel anders. Het kwam van achter de bomen, vlakbij de waterval. Niels en Nola keken elkaar aan en stonden op om te kijken wat het was.

Ze liepen voorzichtig dichterbij en zagen daar, tussen de bomen, een clown! Hij had een grote rode neus, kleurrijke kleren en zijn gezicht was wit geschminkt met een grote glimlach. De clown sprong vrolijk rond en maakte gekke bewegingen.

"Hallo daar!" riep hij met een hoge stem. "Ik ben Kiko, de clown! Wat doen jullie hier bij deze prachtige waterval?"

Niels en Nola keken elkaar weer aan, nu met grote ogen vol verbazing. "Wij kijken gewoon," zei Niels voorzichtig.

Kiko lachte hardop. "Kijken is leuk! Maar weten jullie wat nog leuker is? Spelen!" Hij maakte een sprongetje en viel bijna in het water, maar hij herstelde zich net op tijd.

Nola vond Kiko wel grappig. "Wat voor spelletjes kunnen we spelen?" vroeg ze nieuwsgierig.

Kiko dacht even na en zei toen: "Laten we verstoppertje spelen! Ik tel tot twintig en jullie verstoppen je."

Niels vond het idee spannend, maar ook een beetje eng. Wat als Kiko niet meer zou stoppen met tellen? Toch knikte hij samen met Nola.

"Oké," zei Kiko enthousiast. "Eén... twee... drie..." Terwijl Kiko telde, keken Niels en Nola snel om zich heen naar goede plekken om zich te verstoppen.

Niels zag een grote boom vlakbij de waterval. Hij rende ernaartoe en verstopt zich achter de dikke stam. Hij kon Kiko nog steeds horen tellen: "...zeventien... achttien... negentien... twintig!"

"Ik kom!" riep Kiko vrolijk terwijl hij rondkeek.

Nola had zich verstopt achter enkele stenen verderop bij het water. Ze kon alles goed zien zonder gezien te worden door Kiko of Niels.

Kiko zocht overal: achter bomen, onder bladeren en zelfs in het gras. Maar hij kon Niels of Nola niet vinden! Na een tijdje begon hij te lachen: “Waar zijn jullie toch?”

Niels kon het niet helpen; hij moest lachen om Kiko's gekke gezichten terwijl hij zocht. Maar toen hoorde hij iets anders: het geluid van een treinfluitje in de verte!

“De trein!” dacht Niels plotseling bezorgd. “Dat is de laatste trein naar huis!” Hij wist dat hij snel moest gaan voordat het te laat was.

Hij fluisterde naar zichzelf: “Ik moet weg.” Maar hoe zou hij dat tegen Kiko zeggen? Hij wilde hem niet kwetsen of laten schrikken.

Terwijl Kiko nog steeds aan het zoeken was, besloot Niels voorzichtig uit zijn schuilplaats te komen. Hij liep langzaam naar waar Kiko stond.

“Eh… Kiko?” zei hij zachtjes.

Kiko draaide zich om met grote ogen vol verrassing: “Daar ben je! Ik heb je gevonden!”

“Ja,” zei Niels snel, “maar ik moet gaan.”

“Gaan?” vroeg Kiko verbaasd terwijl zijn gezicht langzaam veranderde van blijdschap naar verdrietigheid.

“Ja,” herhaalde Niels terwijl hij naar het geluid van de trein luisterde dat steeds dichterbij kwam.

Kiko zuchtte diep maar knikte toen begrijpend: “Oké dan… maar ik wil je wel iets geven voordat je gaat.”

Hij haalde iets uit zijn zakken; het was een kleurrijke ballon in de vorm van een hondje! “Neem deze mee,” zei Kiko met een glimlach die weer terugkwam op zijn gezicht.

Niels nam de ballon dankbaar aan; het voelde warm in zijn handen ondanks dat het gemaakt was van rubber. “Dank je wel!” zei hij blij.

“En vergeet niet,” riep Kiko terwijl Niels al begon te lopen richting het spoor, “dat spelen altijd leuk is!”

Nola kwam ook tevoorschijn uit haar schuilplaats toen ze hoorde dat ze moesten gaan. Ze zwaaide naar Kiko terwijl ze samen met Niels richting het station liep waar ze net op tijd aankwamen voor hun laatste trein naar huis.

De trein arriveerde met veel geratel en rookpluimen die omhoog stegen in de lucht zoals wolken van avontuur die hen meenamen terug naar hun wereld vol dromen en verhalen over clowns bij watervallen.

Terwijl ze instapten keek Niels nog één keer achterom naar waar Kiko stond te zwaaien met zijn ballonhondje in zijn hand; misschien zouden ze hem ooit weer zien bij die mooie waterval vol glinsterend water onder de zon.


Terug naar het overzicht met kinderverhaaltjes