Het was een druilerige donderdagmiddag toen Sophie met haar rolstoel het oude spoorwegstation binnenrolde. De lucht was grijs, de regen viel in een constante, monotoon ritme tegen de ramen. Het station was bijna leeg, op een paar reizigers na die hun tijd verdoen met het kijken naar de treinen die voorbijraasden. Sophie had altijd al een fascinatie gehad voor treinen; ze waren als grote metalen beesten die door de wereld sneden, onverschrokken en snel. Maar vandaag was ze hier niet om te reizen. Vandaag zocht ze iets anders.
Haar beste vriend Jelle stond al te wachten bij de kiosk, waar hij met zijn handen in zijn zakken stond te friemelen aan een oude munt. Hij had altijd iets van een avonturier in zich, met zijn wilde haren en zijn onverschrokken blik. “Hé Sophie!” riep hij toen hij haar zag aankomen. “Ben je klaar voor ons avontuur?”
Sophie glimlachte en knikte. Ze had geen idee wat Jelle in gedachten had, maar dat maakte niet uit. Samen waren ze altijd op zoek naar iets bijzonders, iets dat hen zou afleiden van de dagelijkse sleur.
“Wat als we het oude gedeelte van het station verkennen?” stelde Jelle voor terwijl hij haar rolstoel naar de achterzijde duwde. “Er zijn verhalen dat daar nog spullen liggen van vroeger.”
Sophie’s hart sloeg een sprongetje van opwinding. Het oude gedeelte van het station was al jaren gesloten voor publiek, maar dat maakte het alleen maar spannender. Ze wisten dat ze voorzichtig moesten zijn; er waren waarschuwingen over instortende muren en gevaarlijke plekken.
Ze maakten hun weg naar de achterzijde van het station, waar een smalle gang hen leidde naar een grote houten deur die half openstond. De geur van stof en verwaarlozing kwam hen tegemoet toen ze binnenkwamen in wat eens de wachtkamer was geweest voor reizigers die nooit meer kwamen.
De ruimte was gevuld met oude meubels bedekt met doeken en vergeten koffers die in de hoeken stonden te verstoffen. Jelle begon meteen rond te neuzen terwijl Sophie zich concentreerde op wat er om haar heen gebeurde.
“Wat is dit?” vroeg Jelle terwijl hij een grote koffer opendeed. Binnenin lagen stapels vergeelde brieven en krantenknipsels uit vervlogen tijden.
“Dat is geschiedenis,” zei Sophie met een glimlach terwijl ze naar hem keek. “Maar ik denk niet dat dit is wat we zochten.”
Ze rolde verder de kamer in en ontdekte aan de andere kant van de ruimte een kleine boekenkast die half omgevallen was. Toen ze dichterbij kwam, zag ze dat er één boek tussenuit stak: oud, versleten en bedekt met stof.
“Jelle! Kijk!” riep ze enthousiast terwijl ze haar hand uitstak om het boek te pakken.
Jelle kwam snel naar haar toe en samen keken ze naar het boek dat nu in Sophie's schoot lag. De titel was vervaagd, maar er stond duidelijk iets op geschreven: "De Verhalen van Vergeten Treinen".
“Wat zou dit kunnen zijn?” vroeg Jelle nieuwsgierig terwijl hij over Sophie's schouder leunde om beter te kunnen kijken.
Sophie opende voorzichtig het boek en begon te bladeren door de vergeelde pagina's vol met handgeschreven teksten en schetsen van treinen uit verschillende tijdperken. Elk verhaal leek te gaan over avonturen die deze treinen hadden beleefd; verloren liefde, ontdekkingen in verre landen, geheimen die nooit verteld waren.
“Dit is geweldig!” zei Jelle enthousiast terwijl hij over Sophie's schouder keek.
Sophie voelde zich alsof ze door een andere wereld reisde zonder ooit haar rolstoel te hoeven verlaten. Elk verhaal trok haar verder weg van het saaie station en bracht haar naar plaatsen waar zij nooit geweest was – of misschien wel zou kunnen gaan als ze maar durfde dromen.
Terwijl ze samen door het boek bladerden, viel hun oog op één verhaal dat bijzonder intrigerend leek: "De Trein naar Eldoria". Het vertelde over een mysterieuze trein die alleen 's nachts reed en passagiers meenam naar onbekende bestemmingen vol wonderen.
“Wat als we deze trein zouden vinden?” stelde Jelle voor met glinsterende ogen vol avontuur.
Sophie lachte hardop; “En hoe dan? We hebben geen idee waar deze trein is!”
Jelle dacht even na voordat hij zei: “Misschien moeten we gewoon verder zoeken! Dit boek kan ons aanwijzingen geven.”
Met hernieuwde energie begonnen ze elk verhaal grondig door te nemen, op zoek naar hints of aanwijzingen over hoe deze mysterieuze trein gevonden kon worden. Terwijl Sophie las over verloren stations en vergeten sporen voelde zij zich steeds meer verbonden met elk woord; elke zin gaf haar kracht om verder te dromen dan ooit tevoren.
Uren gingen voorbij zonder dat zij het merkten totdat plotseling Jelles telefoon begon te trillen – tijd om terug te gaan voordat hun ouders zich zorgen zouden maken.
“We moeten terug,” zei Jelle teleurgesteld maar vastberaden tegelijk. “Maar we komen terug! We moeten meer ontdekken!”
Sophie knikte instemmend terwijl zij voorzichtig het boek weer dichtklapte en het onder haar arm klemde alsof het een kostbaar geheim was geworden dat alleen zij tweeën deelden.
Buiten begon de regen harder te vallen terwijl zij samen richting uitgang rolden; hun harten klopten vol verwachting voor wat nog komen ging – niet omdat er magie of geheimen waren onthuld, maar omdat zij samen iets hadden ontdekt dat hen verbond: verhalen vol avontuur die hen zouden blijven inspireren zolang zij elkaar hadden.
En zo verlieten Sophie en Jelle het oude spoorwegstation niet alleen als vrienden maar ook als ontdekkingsreizigers in hun eigen recht – klaar om elke pagina om te slaan in hun eigen verhaal zonder ooit echt weg te hoeven gaan.