Er was eens een klein dorpje, omringd door groene heuvels en een rustige rivier. In dit dorpje woonden veel kinderen. Ze speelden elke dag buiten, renden door de velden en zwommen in de rivier. Maar er was één plek waar ze nooit durfden te komen: het spookhuis aan de rivier.
Het spookhuis stond op een heuvel, net buiten het dorp. Het was oud en vervallen. De ramen waren gebroken en het dak was bedekt met mos. Iedereen in het dorp zei dat het huis vervloekt was. Er gingen verhalen rond over een geest die daar woonde. De kinderen waren bang om er in de buurt te komen.
Op een warme zomerdag besloten vier vrienden, Lisa, Tom, Sara en Joris, dat ze genoeg hadden van de verhalen. Ze wilden weten wat er echt met het spookhuis aan de rivier was. "Laten we gaan kijken!" zei Lisa met een glimlach.
De anderen keken elkaar aan, maar ze wisten dat ze niet konden terughouden. "Oké," zei Tom, "maar we moeten wel voorzichtig zijn." Ze pakten hun fietsen en fietsten naar het spookhuis.
Toen ze bij het huis aankwamen, voelde het alsof de lucht kouder werd. Het huis leek nog vreemder van dichtbij. De deur hing scheef op zijn scharnieren en er groeide onkruid rondom het huis. "Dit is eng," fluisterde Sara terwijl ze naar de deur keek.
"Kom op! We gaan gewoon even binnen kijken," zei Joris dapper. Hij duwde de deur open en deze kraakte luid. De vrienden keken elkaar aan en stapten langzaam naar binnen.
Binnenin was het donker en stoffig. Er lagen oude meubels bedekt met witte lakens. De vloer kraakte onder hun voeten terwijl ze verder het huis in gingen. "Kijk daar!" riep Tom terwijl hij naar een oude spiegel wees die aan de muur hing.
De spiegel was gebroken, maar je kon nog steeds iets zien bewegen in het glas. "Wat is dat?" vroeg Sara met een trillende stem.
"Misschien is dat de geest!" zei Lisa nerveus.
Joris besloot dichterbij te kijken. Toen hij bij de spiegel kwam, zag hij niet alleen zichzelf, maar ook iets achter hem! Hij draaide zich snel om, maar er was niets te zien.
"Wat is er?" vroegen de anderen in koor.
"Ik zag iets! Iets achter me!" zei Joris met grote ogen.
De vrienden keken snel om zich heen, maar alles bleef stil en leeg. "Misschien moeten we beter opletten," stelde Tom voor.
Ze besloten verder te verkennen en kwamen in een grote kamer vol oude boeken en stofbedekte schilderijen terecht. Op één van de schilderijen stond een vrouw met lange haren die hen recht aankeek.
"Wie zou zij zijn?" vroeg Sara nieuwsgierig.
"Misschien is zij wel de geest," zei Lisa zachtjes.
Terwijl ze naar het schilderij keken, hoorden ze plotseling een zacht gefluister achter hen. Ze draaiden zich snel om, maar weer was er niets te zien.
"We moeten hier weg!" riep Sara paniekerig.
Maar voordat iemand iets kon zeggen, viel er ineens een boek van de plank af met een harde klap! De vrienden schrokken zo erg dat ze bijna tegelijk gilden.
Joris raapte moed bij elkaar en liep naar het boek toe. Hij opende het voorzichtig en begon te lezen: "Dit huis behoort toe aan Anna van der Meer, die hier ooit gelukkig leefde..."
De vrienden luisterden aandachtig terwijl Joris verder las over Anna's leven in het huis en hoe zij ooit verliefd was geweest op een jongen uit het dorpje. Maar op een dag verdween hij zonder enige uitleg en Anna bleef alleen achter in haar verdriet.
"Dat is triest," zei Lisa zachtjes toen Joris klaar was met lezen.
"Ja," voegde Tom toe, "misschien is zij gewoon verdrietig omdat niemand meer komt."
Sara had ineens een idee: "Wat als we haar helpen? Wat als we haar vertellen dat we hier zijn?"
De anderen keken haar verbaasd aan, maar Joris knikte enthousiast: "Dat kunnen we doen! We kunnen haar laten weten dat we niet bang zijn."
Ze besloten samen te roepen: "Anna! We zijn hier! We willen je helpen!"
Even bleef alles stil totdat er ineens weer gefluister klonk door de kamer heen: “Dank jullie...”
De vrienden keken elkaar geschrokken aan; dit keer klonk het alsof iemand echt sprak!
“Wie... wie ben je?” vroeg Tom stotterend.
“Ik ben Anna,” klonk de stem weer zachter nu maar vol verdriet. “Ik ben al zo lang alleen.”
“Waarom blijf je hier?” vroeg Lisa voorzichtig.
“Ik kan niet verder zonder mijn liefde,” antwoordde Anna treurig vanuit de schaduw van de kamer.
“Maar je kunt toch verder gaan?” stelde Joris voor. “Je hoeft niet meer alleen te zijn.”
“Maar ik weet niet hoe,” fluisterde Anna wanhopig terug vanuit haar schuilplaats tussen schaduwen van meubels die ooit mooi waren geweest.
“We zullen je helpen!” riep Sara vastberaden uit terwijl ze naar voren stapte richting waar Anna leek te staan zonder echt zichtbaar te zijn voor hen allemaal tegelijk.
“Ja!” voegden Tom & Lisa samen toe; “We zullen ervoor zorgen dat je liefde weet wat er gebeurd is!”
Langzaam kwam er licht in hun harten; misschien konden zij samen iets doen voor deze geest die zo lang geleden verloren had wat zij liefhad…
En zo begonnen ze samen hun plan uit te voeren; elke dag na schooltijd kwamen ze terug naar het spookhuis om meer over Anna’s verleden te leren – over haar liefde – over wat hen verbond door tijd heen…
Na wekenlang onderzoek deden ze eindelijk wat nodig was; samen maakten zij prachtige tekeningen van hoe mooi liefde kan zijn… En op één avond toen alles stil viel na hun laatste woorden tegen elkaar… Voelden zij plotseling warmte om hen heen!
Anna verscheen eindelijk voor hen; stralend als nooit tevoren!
“Dank jullie wel!” sprak zij nu helder zonder enige angst of verdriet meer… “Jullie hebben mij geholpen mijn liefde los te laten… Nu kan ik eindelijk rust vinden.”
Met die woorden verdween Anna langzaam weg in stralen van licht; haar geest vrijgelaten door vriendschap & moed…
De vier vrienden stonden daar verwonderd; blij dat zij iets goeds hadden gedaan… En vanaf die dag werd het spookhuis geen eng verhaal meer – maar juist een plek vol herinneringen waar liefde altijd blijft bestaan…
En zo eindigde hun avontuur bij ‘Het Spookhuis aan de Rivier’ – waar vriendschap sterker bleek dan angst…