In een wereld waar de zon altijd net iets te fel scheen en de lucht vaak gevuld was met het zoete aroma van versgebakken brood, lag er een rotonde. Het was geen gewone rotonde, oh nee. Deze rotonde was omringd door kleurrijke bloemen die in de meest vreemde vormen groeiden. De mensen in het dorpje dat eromheen lag, noemden het de Rozenrotonde, omdat de rozen daar zo groot waren dat ze soms wel als schuilplek dienden voor kleine dieren. Maar ik ben een kat, en katten zijn niet zo geïnteresseerd in rozen of schuilplekken. Ik ben meer geïnteresseerd in slapen. En dat deed ik dan ook, terwijl ik op een warme steen lag te soezen.
Het verhaal begint op een dag waarop de lucht vol met wolken hing die eruitzagen als pluchen kussens. Finn en Pippa, twee kinderen uit het dorpje, stonden bij de Rozenrotonde te discussiëren over iets wat hen al dagenlang bezighield. Ze hadden gehoord van een verborgen kasteel dat ergens in de buurt moest liggen. Het kasteel zou vol geheimen zitten en niemand had ooit iemand gezien die het had betreden.
“Wat als we het vinden?” vroeg Pippa met glinsterende ogen.
Finn haalde zijn schouders op. “Maar wat als we verdwalen? Mijn moeder zegt altijd dat je nooit moet afdwalen van bekende paden.”
Pippa trok haar wenkbrauwen op. “Maar wat als we iets heel bijzonders ontdekken? Iets wat niemand anders heeft gezien?”
Ik ga niet zeggen dat ik wakker werd van hun gepraat, maar laten we zeggen dat mijn oren zich oprichtten terwijl ik nog steeds half in dromenland verkeerde. De kinderen waren altijd zo vol energie en nieuwsgierigheid; het was bijna vermoeiend om naar ze te luisteren.
“Laten we gewoon gaan,” zei Pippa uiteindelijk vastberaden. “We kunnen altijd terugkomen.”
Finn zuchtte diep maar knikte uiteindelijk. “Oké, maar dan moeten we wel goed opletten.”
En zo begonnen ze aan hun avontuur, terwijl ik weer wegdroomde over muizen en zonneschijn.
De kinderen liepen langs kronkelige paden die door velden vol bloemen slingerden. Hun stemmen mengden zich met het gezang van vogels en het geritsel van bladeren in de wind. Finn was voorzichtig; hij hield zijn ogen open voor elk teken van gevaar of onbekendheid. Pippa daarentegen sprong vrolijk vooruit, haar verbeelding leidde haar naar plekken waar ze misschien wel een draak of een prinses zou kunnen tegenkomen.
Na een tijdje kwamen ze aan bij een oude boom met takken die leken te dansen in de wind. De boom had een holte aan de onderkant waar je net je hoofd in kon steken om naar binnen te kijken.
“Wat denk je dat daar binnen is?” vroeg Pippa nieuwsgierig.
Finn knielde neer en keek voorzichtig naar binnen. “Misschien is het gewoon leeg,” zei hij met enige terughoudendheid.
Pippa kon niet wachten om zelf te kijken en duwde haar hoofd naar binnen. “Ik zie niets! Gewoon wat takken.”
Ze besloten verder te gaan en na nog eens twintig minuten wandelen kwamen ze bij een open plek waar een oude stenen muur stond die half bedekt was met klimop.
“Dit moet het zijn!” riep Pippa enthousiast terwijl ze naar voren sprong.
Finn keek sceptisch naar de muur. “Maar waar is dan het kasteel?”
Pippa wees naar boven waar enkele stenen uit elkaar leken te vallen en erachter iets glinsterde in het zonlicht. “Daar! Misschien is er iets verborgen!”
Met enige moeite klommen ze over de muur heen en ontdekten aan de andere kant een pad dat leidde naar wat leek op ruïnes van een oud gebouw – misschien ooit een kasteel? De stenen waren bedekt met mos en overal lagen gebroken tegels verspreid over de grond.
“Dit is echt cool,” zei Finn terwijl hij voorzichtig over de stenen liep.
Pippa knielde neer om iets op te rapen – een gebroken stuk glas dat schitterde als sterrenlicht onder de zonnestralen die door de bomen vielen.
“Wat denk je dat dit was?” vroeg ze terwijl ze het glas omhoog hield.
“Ik weet niet,” antwoordde Finn eerlijk, “maar misschien kunnen we meer vinden.”
Ze begonnen rond te lopen tussen de ruïnes, elk hoekje verkennend alsof ze archeologen waren die op zoek waren naar verloren schatten uit vervlogen tijden – hoewel er niets magisch of mysterieus aan deze plek leek te zijn; alleen maar vergeten geschiedenis bedekt onder lagen mos en tijd.
Na enige tijd ontdekte Pippa iets vreemds: aan één kant van wat ooit waarschijnlijk een grote poort was geweest, zat er nog steeds één intacte steen vastgeklemd tussen andere brokstukken – maar deze steen had vreemde inscripties erop staan die niemand kon lezen behalve zijzelf; althans zo voelde zij zich toen ze ernaar keek.
“Dit lijkt wel belangrijk,” zei Pippa terwijl ze haar vinger over de inscripties liet glijden alsof ze contact maakte met iets ouds en vergeten.
Finn kwam dichterbij om beter te kijken maar voelde zich ongemakkelijk bij al deze onbekende dingen om hen heen; hij vond comfort in routine en voorspelbaarheid – dingen waarvan hij wist hoe ermee om te gaan zonder verrast of overweldigd te worden door nieuwe ervaringen zoals deze ruïnes hier voor hen nu boden.
“Ik weet niet zeker of we hier moeten blijven,” mompelde hij uiteindelijk terwijl hij zich weer terugtrok naar veiligere grond nabij hun oorspronkelijke pad terug richting huis toe; maar Pippa bleef gefascineerd door wat zij ontdekte – zelfs zonder magie of mysterie leek dit alles toch bijzonder genoeg voor haar nieuwsgierige geest!
En zo gingen Finn en Pippa verder met hun ontdekkingstocht doorheen deze vergeten wereld waarin geen draken of prinsessen leefden maar enkel herinneringen aan wat ooit geweest was…
Terwijl ik daar lag op mijn warme steen, viel mijn oog weer dicht; dromen over muizen bleven me achtervolgen…