Op een zonnige weide, waar de bloemen dansten in de wind, zat Nina. Ze had een grote glimlach op haar gezicht. De zon scheen fel en de lucht was blauw, zo blauw als een sappige blauwe bes. Nina had een boek bij zich. Het boek was niet zomaar een boek; het was een betoverd boek! Tenminste, dat dacht ze.
Nina opende het boek en begon te lezen. De woorden sprongen van de pagina's af, alsof ze wilden dansen. "Hé, kijk eens!" riep ze. "De woorden willen met me spelen!" En ja hoor, de woorden begonnen te huppelen over de pagina's.
Terwijl Nina las, kwam Willem aanlopen. Hij had dreadlocks die als slingerende takken van een boom leken en droeg casual streetwear die hem als een vrolijke clown deed lijken. "Wat ben je aan het doen, Nina?" vroeg hij met een grote grijns.
"Ik lees dit betoverde boek!" zei Nina enthousiast. "De woorden dansen!"
Willem boog zich over haar schouder en keek naar de pagina's. "Dat is cool! Maar ik zie geen dansende woorden," zei hij met een knipoog.
"Misschien moet je harder kijken!" lachte Nina. Ze sloeg het boek dicht en sprong op. "Laten we samen spelen!"
Ze renden over de weide, hun voeten maakten geluiden als vrolijke trommels op het gras. Ze deden gekke sprongen en draaiden rondjes totdat ze duizelig werden van al het lachen.
Na een tijdje plofte Willem neer op het gras en zei: "Weet je wat? Ik heb honger! Heb jij iets te eten?"
Nina schudde haar hoofd. "Nee, maar ik heb wel dit betoverde boek! Misschien kunnen we er iets uit toveren!"
Willem lachte hardop. "Dat zou leuk zijn! Wat als we pizza toveren? Of misschien pannenkoeken?"
Nina opende het boek weer en begon te lezen: “Er was eens een pannenkoek die kon vliegen…” Maar voordat ze verder kon lezen, kwam Zoë aanlopen met haar vrolijke stapjes.
"Hé jullie! Wat doen jullie?" vroeg Zoë nieuwsgierig.
"We proberen pannenkoeken te toveren uit dit betoverde boek!" zei Willem met glinsterende ogen.
Zoë keek naar het boek en zei: "Dat klinkt leuk! Maar ik denk niet dat dat gaat werken."
"Waarom niet?" vroeg Nina terwijl ze haar wenkbrauwen optrok.
"Nou," begon Zoë met een glimlach, "pannenkoeken hebben geen vleugels nodig om te vliegen! Ze willen gewoon gegeten worden!"
Iedereen barstte in lachen uit. Het idee van vliegende pannenkoeken was hilarisch!
"Wat als we gewoon gaan picknicken?" stelde Willem voor terwijl hij zijn handen wreef alsof hij al aan het eten dacht.
"Ja! Laten we dat doen!" riep Nina enthousiast.
Ze besloten hun picknickkleedje uit te spreiden onder een grote boom die hen schaduw gaf tegen de felle zon. Terwijl ze hun lunch voorbereidden, vertelde Zoë verhalen over haar avonturen in de stad.
“En toen zag ik een kat die op een skateboard reed!” vertelde Zoë met grote ogen.
“Een skateboardkat? Dat is geweldig!” lachte Willem terwijl hij zijn sandwich at.
Nina keek naar haar vrienden en voelde zich gelukkig. De zon scheen nog steeds helder boven hen en de bloemen leken nog steeds te dansen in de wind.
Na hun picknick besloten ze om nog meer plezier te maken. “Laten we onszelf uitdagen!” stelde Willem voor. “Wie kan het gekste geluid maken?”
“Dat is makkelijk!” zei Zoë terwijl ze haar mond open deed en begon te grommen als een beer die net wakker werd uit zijn winterslaap.
Nina kon niet stoppen met lachen toen ze Willem hoorde proberen om als een kikker te kwaken: “Kwaak kwaak!”
Ze deden allemaal hun best om elkaar aan het lachen te maken met hun gekke geluiden totdat hun buikpijn van het lachen hen dwong om even stil te zijn.
Na al dat plezier besloot Nina weer in haar betoverde boek te kijken. “Misschien kunnen we nu echt iets toveren,” zei ze met twinkeling in haar ogen.
Ze bladerde door de pagina’s tot ze bij een hoofdstuk kwam dat heette: “De Grote Taartwedstrijd.” “Kijk!” riep ze blij. “Hier staat iets over taarten!”
Willem leunde nieuwsgierig over haar schouder mee naar het boek kijken terwijl Zoë zich voorbereidde om weer iets geks te zeggen.
“Wat als wij ook onze eigen taartwedstrijd houden?” stelde Zoë voor met glinsterende ogen vol ideeën.
“Dat klinkt fantastisch!” zei Willem enthousiast terwijl hij al begon na te denken over wat voor taart hij zou willen maken: “Ik ga voor chocolade!”
“Ik wil aardbeien!” riep Nina terwijl ze al droomde van zoete taarten vol fruit en slagroom.
Zo gingen ze aan de slag om hun eigen taarten te maken van alles wat er maar voorhanden was: gras, bloemen (die veilig waren), stukjes fruit die ze hadden meegenomen… alles werd gebruikt!
Uiteindelijk stonden er drie kleurrijke ‘taarten’ voor hen op het kleedje: één vol groene blaadjes (Willem’s creatie), één vol rode bloemen (Zoë’s meesterwerk) en één vol gele bloemblaadjes (Nina’s kunstwerk).
Ze keken naar elkaar en barstten weer in lachen uit toen ze beseften hoe gek hun taarten eruitzagen!
“Dit is echt geweldig,” zei Willem tussen zijn lachbuien door. “We moeten deze taarten aan iemand geven!”
“Ja! Laten we onze vrienden verrassen!” stelde Zoë voor terwijl zij ook al aanstalten maakte om alles weer in te pakken.
En zo gingen zij samen verder over de zonnige weide, lachend en zingend met hun ‘taarten’ in handen, klaar om anderen blij te maken zonder enige magie of geheimzinnigheid – alleen maar plezier!
En wie weet? Misschien zouden er ooit echte pannenkoeken of zelfs vliegende taarten komen… maar dat was voor later!
Want vandaag was gewoon perfect zoals het was – met vrienden, zonneschijn en veel gelach op de mooiste plek ter wereld: onder de grote boom op de zonnige weide.