Deze aap lijkt op iemand

Saskia en haar dochtertje Pia wandelen in de dierentuin. Ze komen bij de apen terecht.
Plots roept Pia uit: “Kijk, mama! Die aap lijkt op nonkel Tom!”
“Sssst, Pia!” zegt mama, “Zoiets mag je niet zeggen.”
“Maar mama, ” zegt Pia verbaasd, “die aap verstaat ons toch niet?”

 

De nieuwe wagen testen

Een man heeft een nieuwe BMW gekocht en gaat op een mooie zomeravond even lekker een stuk rijden. Het dak eraf, de wind speelt door zijn haar.

Hij besluit eens te kijken hoe hard zijn wagen nou eigenlijk kan. Wanneer de kilometerteller een respectabele 180 km/u aangeeft ziet hij in zijn spiegel 2 blauwe zwaailichten.

“Met geen mogelijkheid dat ze deze wagen kunnen bijhouden,” denkt hij en hij trapt de bolide nog harder op zijn staart. Pijlsnel vliegt hij over de weg, 190, 200, 230 zelfs, maar de politie zit nog steeds vlak achter hem.

“Waar ben ik godsnaam mee bezig?” denkt hij. Hij remt af en gaat naar de kant van de weg.

De agent stapt uit, loopt naar hem toe, neemt zijn rijbewijs aan zonder ook maar iets te zeggen, en bekijkt zijn rijbewijs en auto aandachtig.

Uiteindelijk begint de agent te praten: “Ik heb een lange zware dag achter de rug en jij bent echt de laatste die ik aan de kant zet vandaag. Ik heb geen zin in nog meer papierwerk. Als je me een excuus kan geven dat ik nog nooit eerder heb gehoord, dan laat ik je gaan!”

“Wel, ” zegt de man, “afgelopen week is mijn vrouw ervandoor gegaan met een politieagent. Ik was bang dat je haar terug wilde geven!”

“Een prettige avond nog, meneer.”, zegt de agent. Hij geeft zijn rijbewijs terug en wandelt naar zijn wagen.

 

De lucifers zijn in orde

Twee domkoppen willen vuur maken.

De ene zegt tegen de andere: ‘Weet je zeker dat de lucifers het doen?’

De andere antwoordt: ‘Natuurlijk, ik heb ze allemaal uitgeprobeerd!’

 

Nachttrein naar Rome

Een man en een vrouw die elkaar niet kennen, staan voor het treinloket. Allebei willen ze met de nachttrein naar Rome. De loketbediende vertelt dat er nog maar één tweepersoonsbed beschikbaar is, en dat ze onder elkaar maar moeten uitvechten wie het krijgt.

Zowel de man als de vrouw moeten echt de volgende dag in Rome zijn, dus na enig overleg besluiten ze om het bed te delen. Ze kleden zich om en gaan ieder aan één kant van het bed liggen.

Na ongeveer een halfuurtje vraagt de man: “Kun je wel in slaap raken?”

Waarop de vrouw antwoordt dat ze het toch maar een beetje koud vindt.

“Daar kunnen we maar twee dingen aan doen,” zegt de man. “Ofwel ga ik voor jou een dekentje halen, ofwel doen we alsof we gehuwd zijn.”

“Goed,” zegt de vrouw na enige tijd nadenken, “laten we dan maar doen alsof we gehuwd zijn.”

Waarop de man: “Oké, ga dan zelf maar het dekentje halen.”