De man en de visser

Een man vraagt aan een visser: “Bijten ze?”

De visser antwoordt: “Neen hoor, kom gerust wat dichterbij.”

 

Vlooien in de regen

Twee vlooien willen terugkeren naar huis na een avondje stappen. Ze zien dat het regent. De ene vlo zegt tegen de andere: “Wat doen we ermee? gaan we te voet, of nemen we de hond?”

 

Klagende kip

Piet gaat koken. Hij plukt een kip en stopt ze in de pan. Piet is echter verstrooid en vergeet het vuur aan te steken.

Na een kwartiertje klimt de kip uit de pan en komt voor Piet staan. Ze zegt: “Ofwel geef je me mijn veren terug, ofwel steek je het vuur aan! Ik bevries van de kou.”

 

Scheren

Jef vroeg aan Jos: “Waarom moet ik me ’s morgens 3 keer zo lang scheren als jou?”

Waarop Jos zei: “Omdat ik niet zo een lang gezicht trek als jij”.

 

Bijna verdronken

Liam is in de vijver gevallen. Hij dreigt te verdrinken. Een man springt er achteraan en kan hem redden.

Zodra hij op het droge is, bedankt Liam de man uitvoerig. Het is een welopgevoede jongen.

De man zegt dat het graag gedaan is en vraagt dan: “Maar zeg eens, kan jij niet zwemmen, jongen?”

Liam zegt: “Toch wel, meneer. Maar op dat bordje daar staat dat het verboden is om te zwemmen.”

 

Slechte manieren afleren

Twee onbekenden zitten in de trein. Ze raken aan de praat en blijken alle twee ondernemer te zijn. Zoals dat gaat met ondernemers, beginnen ze al snel over het gebrek aan goed personeel te klagen.

De ene zegt dat het toch zo moeilijk is om werknemers slechte manieren af te leren.

De andere antwoordt: “Daar heb ik geen problemen mee. Ik ben bakker. Een nieuwe werknemer mag bij mij zoveel snoepen als hij wil. Na een week heeft hij er zijn buik van vol en lust hij niets meer.”

De eerste zegt: “Die truuk zal bij mij helaas niet lukken. Ik ben bankier.”

 

Bedelaar met honger

Een bedelaar spreekt een vrouw op straat aan: “Alsjeblieft, mevrouw, heeft u wat te eten voor mij? Ik heb zo een honger.”

De vrouw antwoordt: “Beste man, als je zo een honger hebt, waarom zoek je dan geen werk?”

De bedelaar kijkt verrast op en zegt: “Maar van werken krijg ik nog veel meer honger!”

 

Te laat

Een spin, een kever en een duizendpoot hebben met elkaar afgesproken in het restaurant. De spin en de kever zijn mooi op tijd. Ze bestellen alvast een drankje in afwachting van de duizendpoot. Na een halfuur is hij er nog niet, en ze besluiten een tweede aperitiefje te nemen. Pas als dit al lang op is, arriveert de duizendpoot bij hun tafeltje.

“Waar bleef je zo lang?” vraagt de kever fronsend.

“Er stond een bordje ‘voeten vegen’ bij de deur.” is het antwoord van de duizendpoot.

 

De helft

  • Jantje, wat is de helft van tien?
  • Vijf!
  • Goed zo. En de helft van vier?
  • Twee!
  • Mooi zo. Wat is de helft van 1?
  • Ook twee!
  • Hoe kom je daarbij?
  • Indien ik een peer in twee verdeel, heb ik toch twee stukken?
 

Vieze woorden

Het biggetje vraagt aan zijn mama: “Mama, moet ik voor het eten mijn pootjes wassen met zeep?”

Mama is razend: “Zeep? Zeep? Waar leer jij toch altijd zo een vieze woorden? Ga direct je mond spoelen met modder!”