Jantje wil 5 euro

Jantje vraagt vijf euro aan zijn vader. Zijn vader weigert.

“Papa”, zegt Jantje, “als jij mij vijf euro geeft dan vertel ik wat mama vanmorgen bij de bakker zei. ”

Vader wordt nieuwsgierig. Hij geeft Jantje 5 euro. “Wat zei mama dan tegen de bakker? “, vraagt papa.

“Twee lange witte, gesneden, alstublieft”, zegt Jantje.

 

2 euro per vlek

De moeder van Jantje zet een bord soep voor hem op tafel.

Ze zegt: “Ik heb het tafelkleed net gewassen, dus maak het niet vies! Anders krijg je volgende zondag per vlek twee euro minder zakgeld.”

Vervolgens verdwijnt ze even om haar neus te poederen.

Wanneer ze terugkomt, ziet ze Jantje met zijn lepel soep uitsmeren over het laken. Geschrokken roept ze uit: “Maar Jantje toch! Wat ben je aan het doen?!”

Jantje antwoordt: “Ik maak van drie vlekken één vlek, dat scheelt 4 euro.”

 

Wat zou je doen bij Lottowinst?

Hij vraagt: “Schat, wat zou je doen als ik de Lotto win?”

Zij antwoordt: “Ik neem de helft en ik vertrek.”

Hij zegt: “Mooi, ik heb 12 euro gewonnen. Hier heb je 6 euro. Tot ziens!”

 

Stempelgeld verhoogd

Twee stempelaars zijn aan het praten.

De ene vraagt: “Is jouw stempelgeld vorige maand ook gestegen?”

De andere antwoordt: “Ja. Het moet dan toch zijn dat ze tevreden zijn over ons, he?”

 

Belastingcontroleur op boerderij

Een Vlaamse boer wordt bezocht door de Belasting en Economische Inspectie. Hij wordt gecontroleerd omdat hij zijn werknemers niet correct zou betalen.

“Ik zou graag de lijst zien van jouw werknemers en hun lonen”, zegt de controleur.

“Wel”, zegt de boer, “er is mijn meesterknecht die werkt hier nu drie jaar. Ik betaal hem € 400 per week plus kost en inwoon. Er is ook nog de kokkin. Zij werkt hier nu 18 maanden en verdient € 300 per week plus koost en inwoon. Tenslotte is er nog ene die wat simpel is. Die werkt ongeveer 18 uur per dag en doet 90 % van het werk op de boerderij. Hij verdient € 100 per week, betaalt zijn eigen kost en inwoon en ik koop hem iedere zaterdagavond een fles whisky. Af en toe slaapt hij bij mijn vrouw.”

“Dat is de kerel waar ik mee wil praten, die simpele” zegt de controleur.

“Hij staat hier voor je”, zegt de boer, “want dat ben ik”.

 

Een leeg zwembad

Een rijke man nodigt zijn vrienden uit voor een feestje. Het is mooi weer, dus feesten ze buiten: het wordt een zwemfeestje.

De man heeft drie zwembaden: eentje met lauw water, een verwarmd zwembad en een leeg zwembad.

Een vriend vraagt aan hem: ‘Waarom heb je een leeg zwembad?’

De rijke man antwoordt: ‘Dat is voor mensen die niet kunnen zwemmen.’

 

Fooi voor de ober

Een man eet in een restaurant. Bij het betalen geeft hij één euro fooi.

De ober kijkt ernaar, fronst de wenkbrauwen en zegt: ‘Uw zoon was gisteren hier. Hij gaf een veel grotere fooi.’

De man antwoordt: ‘Tja, mijn zoon heeft een rijke vader. Maar ik niet.’

 

Benzineprijs

Een man komt bij het tankstation en vraagt: ‘Hoeveel kost een druppel benzine?’

De pompbediende antwoordt: ‘Een druppel is gratis, meneer.’

De man antwoordt: ‘Ok, druppel mijn auto dan maar vol.’.