Jantje wil 5 euro

Jantje vraagt vijf euro aan zijn vader. Zijn vader weigert.

“Papa”, zegt Jantje, “als jij mij vijf euro geeft dan vertel ik wat mama vanmorgen bij de bakker zei. ”

Vader wordt nieuwsgierig. Hij geeft Jantje 5 euro. “Wat zei mama dan tegen de bakker? “, vraagt papa.

“Twee lange witte, gesneden, alstublieft”, zegt Jantje.

 

Jantje is vroeg thuis van school

Jantje komt thuis van school.

“Wat ben jij vroeg thuis.” zegt zijn moeder, die aan het telewerken is.

“Ja,” zegt Jantje, “Ik werd naar huis gestuurd omdat de jongen die naast mij zat aan het roken was.”

“‘Wat zeg je nu?” zegt moeder verbaasd, “JIJ werd naar huis gestuurd omdat HIJ rookte?”

“Ja.”, zegt Jantje, “maar ik had hem in de brand gestoken.”

 

Jantje neemt de telefoon op

De telefoon rinkelt en Jantje neemt op.

“Dag vriendje”, zegt een vriendelijke mannenstem aan de andere kant van de lijn. “Is je papa thuis?”

“Ja”, fluistert Jantje, “Die is thuis, maar hij is druk bezig.”

“En je mama?” vraagt de man. “Is je mama thuis?”

“Ja”, fluistert Jantje weer, “Die is ook thuis, maar zij is ook druk bezig.”

“Is er misschien nog iemand anders thuis dan?” vraagt de man geduldig.

“Ja, m’n grote zus”, fluistert Jantje, “Maar die is ook bezig.”

“Wel wel”, vraagt de man, “Waar is iedereen daar zo druk mee bezig dat ze niet aan de telefoon kunnen komen?”

“Ze zijn mij aan het zoeken. Ik zit verstopt in de kast.” fluistert Jantje.

 

Jantje gaat met oma naar het bos

Jantje gaat met oma naar het bos. Ze zijn er nu vlakbij.
Oma vraagt: “Zie je het bos al, Jantje?”
Jantje antwoordt: “Nee, want al die bomen staan ervoor.”

 

Jantje en een ouderwets horloge

Jantje heeft van zijn oma een nieuw uurwerk gekregen. Het is een ouderwetse met tandwieltjes, die je moet opwinden.

Na een week werkt het niet meer.

Jantje schroeft het horloge open en er valt een dode vlieg uit.

“O”, zegt Jantje, “Ik zie het al. De machinist is dood.”

 

Jantje is te laat voor school

Jantje loopt naar school. Hij was wat laat vertrokken en kijkt op zijn uurwerk. Het is 5 voor half 9.

Jantje begint te rennen. Hij begint te herhalen: “O, god laat me op tijd op school komen! O, god laat me op tijd op school komen!”

Plots struikelt Jantje. Hij zegt: “Je hoeft me nu ook niet te duwen, he, God.”

 

Jantje leest graag in bed

Jantje vraagt: “Mama, mag ik nog wat lezen tot ik in slaap val?”

Mama antwoordt: “Ok, Jantje, maar geen minuut langer!”

 

Jantje en de meetlat

Jantje neemt vanavond een meetlat mee naar bed.

Zijn moeder vraagt: “Jantje, waarom neem je die meetlat mee naar bed?”

Jantje antwoordt: “Ik wil weten hoe lang ik slaap, mama.”

 

Jantje zijn boterhammendoos

Tineke en Jantje zitten naast elkaar in de eetzaal. Jantje neemt zijn boterhammendoos en wil ze opendoen. Tineke is slechtgezind. Ze rukt de boterhammendoos uit zijn handen en gooit ze op de grond.

Jantje kan er niet mee lachen. Hij gaat naar de meester en zegt: “Meneer, Tineke heeft mijn boterhammendoos op de grond gegooid.”

De meester zucht verveeld en vraagt: “En was dat met opzet?”

Jantje antwoordt: “Nee, met choco, meester.”

 

Jantje in de dierentuin

Jantje bezoekt met zijn vader de dierentuin.

Ze blijven staan voor de kooi met roofdieren en zijn vader zegt: “Kijk, Jantje, die daar in de hoek is een jaguar.”

Jantje antwoordt verbaasd: “Hoe kan dat? Er zitten niet eens wielen aan!”