Stefan kan toveren

Stefan zegt: “Ik kan toveren”.

“Hoe dat zo?” vraagt Thierry?

“Wel, ” zegt Stefan, “als ik ’s avonds om 10 uur vertrek om met de hond te wandelen, kom ik om middernacht met een kater thuis.”

 

Hoe was je dag, schat?

Leo en Inge, een koppel dat 20 jaar getrouwd is, zit aan tafel na een lange werkdag. Leo praat over zijn dag op kantoor en over de oude kameraad die hij toevallig tegen het lijf gelopen is. Na enige tijd is hij min of meer uitgepraat. Dan zegt Inge tegen hem: “Leo, je bent nu al een uur thuis en hebt me nog niet eens gevraagd hoe mijn dag op het werk geweest is.”

“Je hebt gelijk, schat.” zegt Leo, “Hoe was jouw dag eigenlijk?”

“Och, zwijg me erover!” zegt ze.

 

Ruzie met het vrouwtje

Op een avond loopt Piet zijn stamcafé binnen en zegt: “Karel, een trappist graag. Ik heb net ruzie gehad met het vrouwtje.”

“Oh ja?” zegt Karel. “En hoe verliep het deze keer?”

Toen het voorbij was,” antwoorde Piet, “kwam ze op handen en voeten naar me toe gekropen.”

“Wow!” zegt Karel, “En wat zei ze?”

Ze zei: “Kom onder dat bed vandaan, bangerik!”

 

Echtpaar in winkelcentrum

Een echtpaar was boodschappen aan het doen en de hele stad was vol met winkelende mensen.

Lopend door het winkelcentrum en kijkend naar de etalages blikte de vrouw ineens verwonderd opzij om te ontdekken, dat ze haar man nergens meer zag.

Ze wist dat ze nog veel te doen hadden en werd kwaad. Ze rommelde in haar handtas om haar mobieltje te zoeken. Toen ze het gevonden had, belde ze haar man en vroeg hem waar hij toch gebleven was.

Haar man antwoordde: “Liefste, herinner jij je die juwelierszaak nog waar we 5 jaar geleden waren en waar je helemaal verliefd werd op die diamanten halsketting die we toen helaas niet konden betalen. Maar ik vertelde je toen ook dat ik hem eens op een dag voor je zou kopen.”

De ogen van de vrouw vulden zich met tranen, ze begon zacht te huilen en terwijl ze een snik probeerde te onderdrukken fluisterde ze: “Ja, die juwelierszaak herinner ik me zeker nog”.

“Wel”, zei hij, “ik zit in ’t café er naast!”

 

Geen lekker eten op restaurant

Een man en een vrouw eten samen in een restaurant, maar het eten smaakt verschrikkelijk.

De vrouw zegt tegen de man: “Bah, dat eten is echt vies!”

“Inderdaad!”, antwoordt de man, “We hadden net zo goed thuis kunnen eten.”

 

Een brug naar Hawaï

Een man koopt op de rommelmarkt een lamp, die helemaal onder de stof zit. Thuisgekomen begint hij de lamp schoon te maken. Uiteraard komt er een geest uit.

De geest zegt: “Omdat jij me bevrijd hebt mag je een wens doen.”

“Leuk,” zegt de man, “dan wens ik een brug van hier naar Hawaï. Bij slecht weer hoef ik alleen maar m’n fiets te pakken en dan kan ik zo naar Hawaï fietsen”.

“Rustig aan!” zegt de geest, “Ik weet niet of ik zo’n grote wens wel kan laten uitkomen”.

“Ok, geen probleem.” zegt de man, “Dan wens ik dat mijn vrouw wat minder zeurt.”

De geest slikt even en zegt: “Wat die brug betreft… Wil je er graag lampjes op?”

 

Knappe vrijgezel

Twee dames zitten bij de rand van het zwembad wanneer ze aan de bar een knappe kerel zien staan.

Julie zegt tegen Fleur: “Dat ziet er een toffe gast uit. Kun je er proberen achter komen te of hij single is?”

Fleur slentert naar de bar toe, bestelt 2 drankjes en zegt lachend: “Hallo daar, jij ziet er veel te knap uit om vrijgezel te zijn.”

De man zegt: “Toch ben ik vrijgezel, maar ik ben ook wel een ex-gedetineerde.”

Fleur vraagt: “O, hoe kwam dat zo?”

De man antwoordt: “Tja, ik heb mijn derde vrouw gewurgd.”

Fleur vraagt: “En wat gebeurde er met je tweede vrouw?”

De man zegt: “Wel, dat zit zo. Op een dag kregen we ruzie. Ik gaf haar een duw, en toen is ze uit het raam gevallen.”

Fleur gaat verder: “En hoe zat het dan met je eerste vrouw?”

De man antwoordt: “Die heb ik in een vlaag van razernij doodgeschoten.”

Fleur keert met de twee drankjes terug naar haar tafel en zegt tegen Julie: “Hij is nog vrijgezel.”

 

De nieuwe wagen testen

Een man heeft een nieuwe BMW gekocht en gaat op een mooie zomeravond even lekker een stuk rijden. Het dak eraf, de wind speelt door zijn haar.

Hij besluit eens te kijken hoe hard zijn wagen nou eigenlijk kan. Wanneer de kilometerteller een respectabele 180 km/u aangeeft ziet hij in zijn spiegel 2 blauwe zwaailichten.

“Met geen mogelijkheid dat ze deze wagen kunnen bijhouden,” denkt hij en hij trapt de bolide nog harder op zijn staart. Pijlsnel vliegt hij over de weg, 190, 200, 230 zelfs, maar de politie zit nog steeds vlak achter hem.

“Waar ben ik godsnaam mee bezig?” denkt hij. Hij remt af en gaat naar de kant van de weg.

De agent stapt uit, loopt naar hem toe, neemt zijn rijbewijs aan zonder ook maar iets te zeggen, en bekijkt zijn rijbewijs en auto aandachtig.

Uiteindelijk begint de agent te praten: “Ik heb een lange zware dag achter de rug en jij bent echt de laatste die ik aan de kant zet vandaag. Ik heb geen zin in nog meer papierwerk. Als je me een excuus kan geven dat ik nog nooit eerder heb gehoord, dan laat ik je gaan!”

“Wel, ” zegt de man, “afgelopen week is mijn vrouw ervandoor gegaan met een politieagent. Ik was bang dat je haar terug wilde geven!”

“Een prettige avond nog, meneer.”, zegt de agent. Hij geeft zijn rijbewijs terug en wandelt naar zijn wagen.

 

Vriendschap tussen mannen en vrouwen

Vriendschap tussen vrouwen
Een vrouw komt ’s nachts niet thuis. De volgende dag zegt ze aan haar man dat ze bij een vriendin geslapen heeft. De man belt naar de 10 beste vriendinnen van zijn vrouw. Niemand weet van iets.

Vriendschap tussen mannen
Een man komt ’s nachts niet thuis. De volgende dag vertelt hij zijn vrouw dat hij bij een vriend gelogeerd heeft. De vrouw belt naar 10 van zijn vrienden : 8 bevestigen dat hij daar geslapen heeft en 2 beweren dat hij daar nog is.

 

Op zoek naar een straatgevecht

Een man gaat naar een ruige buurt en stapt een café binnen. Tegen een man aan de bar zegt hij: “Hallo, ik zoek een straatvechter, ik zou wel eens een echt straatgevecht willen zien.”

“Dat treft,” zegt de man, “ik ben toevallig een straatvechter. Mij moet je hebben.” “Ok,” zegt de eerste, “ga mee naar buiten, dan zoeken we een tegenstander.”

Buiten gekomen zien ze een boom van een kerel aan komen lopen. “Daar,” zegt de nieuwsgierige, “dat is je tegenstander.”

“Welnee,” zegt de straatvechter, “als ik een keer hard op de grond stamp, dan rent hij weg.”

Dan komt er een echtpaar aanlopen. “Kijk,” zegt de straatvechter, “die vent, daar ga ik mee vechten.”

“Hoe wil je dat dan doen?” vraagt de ander.

“Ik weet wel een manier om hem uit te dagen”, zegt de straatvechter, “Ik scheld gewoon zijn vrouw verrot. Dan moet hij wel met me vechten.”

En hij begint te schelden tegen die vrouw: “Jij vuile, smerige, achterbakse hoer dat je bent!”

“Kijk,” zegt haar man tegen zijn echtgenote, “nou hoor je het eens van een ander!”