Raadsel: zoon van mijn vader

Een man gaat naar de supermarkt. Bij de kassa aangekomen vraagt hij aan de man achter de kassa: “Ik zou nog wel eens willen lachen. Ken je een goeie mop?”

“Ja ik ken nog een raadsel.” zegt de kassier. “Het is niet m’n broer, maar het is wel de zoon van mijn vader. Wie is het?”

De man denkt na en zegt uiteindelijk: “Ik weet het niet. Wie is het?”

“Dat ben ik zelf, natuurlijk.” zegt de man achter de kassa.

“Haja, natuurlijk! Da’s een goeie!” lacht de man. Hij rekent af en vertrekt.

Enkele dagen later spreekt hij af met vrienden. “Ik ken een mop.” zegt hij. “Eigenlijk is het eerder een raadsel. Het is niet m’n broer maar het is wel de zoon van mijn vader. Wie is het?”

Zijn vrienden denken na, maar die weten het ook niet.

De man roept uit: “Die kerel van de supermarkt, natuurlijk!”

 

Olifant in de doos

Hoe steek je een olifant in een doos?

Je laat de oli er uit lopen en vouwt de fant op.

 

Paars jasje

Waarom draagt een sinaasappel een paars jasje?

Omdat het oranje jasje in de was is.

 

Zachte en harde berm

Er staan langs de weg wel eens bordjes met “Zachte berm”. Maar waarom staan er nooit bordjes met “Harde berm”?

Die krijgen ze daar niet in de grond.