Een brug tussen de hemel en de hel

De ingang van de hemel en de hel zijn 30 meter van elkaar verwijderd en worden van elkaar gescheiden door middel van een diepe kloof. Er wordt soms per ongeluk iemand verkeerd afgeleverd. De Duivel vindt dat niet zo erg, maar Sint-Pieter vindt dat jammer.

Op een dag gaat Sint-Pieter naar de duivel en doet een voorstel: “Laat ons een brug bouwen. We bouwen elk de helft.” De Duivel vindt dat een goed idee: beiden zullen de helft van de brug bouwen. De Duivel begint vanaf de ingang van de hel en Sint-Pieter vanaf de ingang van de hemel. Bij de Duivel wordt er direct begonnen, maar het blijft zeer stil aan de kant van de hemel.

De duivel bekijkt dit een paar dagen, maar op een gegeven moment wordt hij toch nieuwsgierig. Hij gaat eens informeren bij Sint-Pieter. “Hey Sint-Pieter!” zegt hij, “Zou jij ook willen beginnen met de bouw, want ik ben al bijna klaar.”

Sint-Pieter antwoordt:” “Ik zou wel willen, maar er zijn bij mij geen aannemers.”

 

5 cent in de hemel

Een muntstukje van 5 cent sterft en gaat naar de hemel. Daar aangekomen
verbaast hij zich over de feestelijke ontvangst die hem te wachten staat. Alle
engelen en Sint-Pieter begroeten hem met een dikke knuffel en een dikke
kus en hij krijgt de beste plaats op de mooiste wolk.

Hij krijgt daarbovenop ook nog eens zes butlers die hem bedienen als een koning. Weinig later sterft een biljet van 500 euro en komt ook aan in de
hemel. Maar het onthaal is duidelijk veel minder leuk.

Een van de engelen kijkt op en wijst dan het biljet van 500 een plaats op een klein oncomfortabel donkergrijs wolkje. Iedereen laat hem links liggen en niemand heeft contact met hem. En dat terwijl iedereen zo goed zorgt voor het muntje van 5 cent.

Na een tijdje stelt het biljet van 500 euro toch de vraag aan Sint-Pieter: “Sint-Pieter, hoe komt het dat het muntstuk van 5 cent zo een goede behandeling krijgt en ik, het biljet van 500 euro, zo triestig behandeld word?”

Sint-Pieter antwoordt: “Ja… we hebben jou ook niet vaak gezien tijdens de mis.”

 

Een vrouw komt aan in de hemel

Bertha komt aan in de hemel en vraagt of ze haar man terug kan zien.

Sint-Pieter zegt: “Oké. Ik zal even via de pc opzoeken waar hij is.”

Hij kijkt in de groep ‘GELUKKIGEN’, maar vindt hem niet.

Vervolgens kijkt hij in de groep ‘HEILIGEN’, maar ziet hem er ook niet tussen staan.

Hij vraagt aan Bertha: “Hoelang waren jullie getrouwd?”

“64 jaar”, zegt Berta fier!

Sint Pieter zegt: “Oei, dan zal ik in de groep ‘MARTELAREN’ kijken.”

 

In de hemel

Drie vriendinnen vinden komen om in een verkeersongeval. Ze komen aan in de hemel en St-Pieter komt naar hun toe. Hij zegt: “Er is maar 1 regel en die moet je altijd volgen. Die regel is : trap niet op de eendjes.”

De vrouwen gaan binnen. En wat zien ze? Het zit er vol met eendjes, je kan er bijna niet naast stappen.

Een half uurtje later trapt de eerste vrouw al op een eendje. Het eendje is plat en dood. St-Pieter komt er al aan met een lelijke man. Hij ketent ze aaneen en zegt: “Jij moet tot in de eeuwigheid vastgeketend blijven aan deze lelijke man.”

De andere vrouwen zijn nu extra voorzichtig, maar een drietal maanden later, heeft de tweede ook prijs. Ze trapt een eendje plat. En ja hoor, St-Pieter komt er al aan met een lelijke man. Ook zij wordt vastgeketend tot in de eeuwigheid.

De derde vrouw is nu heel erg voorzichtig. Ze loopt na 6 maanden nog altijd rond en ze heeft nog niet op een eendje getrapt. Plots staat St Pieter daar met een knappe jonge gast. Hij ketent hen vast en vertrekt. “Allee”, zegt die vrouw, “wat heb ik gedaan om dat te verdienen?”

“Wat jij gedaan hebt weet ik niet” , zegt de jonge gast, “maar ik had op een eendje getrapt.”

 

Renovatie van de trap naar de hemel

Fons, Piet en Phil overlijden helaas op dezelfde dag. Ze gaan met z’n drieën naar de hemelpoort en komen daar Petrus tegen.

Petrus zegt: “Jongens, ik heb een treurige mededeling. Vandaag kan ik nog maar 1 van jullie toelaten, want we zitten met een overcapaciteit. Daarom gaan we het als volgt doen. De trap naar de hemelpoort heeft een renovatiebeurt nodig. Wie van jullie het beste plan kan verwezenlijken mag als enige de hemel betreden.”

De drie denken en denken, waarop ze om de beurt weer bij Petrus komen om hun plan uit te leggen.

Eerst mag Fons. Petrus vraagt: “Zo Fons, wat is jouw plan?” Fons zegt: “Nou voor 300 gulden kan ik die hele trap voor je opknappen. Dat wordt 100 euro voor de materialen, 100 euro voor de arbeidskosten en 100 euro voor mezelf.” Waarop Petrus weer zegt dat het hem wel een goed plannetje lijkt.

Dan is Piet aan de beurt. “Piet, wat is jouw idee?” vraagt Petrus. “Ok,” zegt Piet, “voor 90 euro kan ik die hele trap voor jou als nieuw maken.” “Wauw,” zegt Petrus, “hoe wil je dat doen dan?” “Nou, het is 30 euro voor de materialen, 30 euro voor de arbeidskosten en 30 euro voor mezelf.” Dat lijkt Petrus wel een beter plan.

Maar Phil is nog aan zet. Petrus vraagt hem wat zijn plan is en Phil zegt: “Mijn plan kost 290 euro!” “Hoe kom je daar bij?” vraagt Petrus. “Ik zal het uitleggen,” zegt Phil, “ik vraag 100 euro voor mezelf, ik geef u 100 euro en ik laat verder Piet het werk doen voor die 90 gulden.” “Mooi,” zegt Petrus, “jij mag naar binnen Phil!”