2 euro per vlek

De moeder van Jantje zet een bord soep voor hem op tafel.

Ze zegt: “Ik heb het tafelkleed net gewassen, dus maak het niet vies! Anders krijg je volgende zondag per vlek twee euro minder zakgeld.”

Vervolgens verdwijnt ze even om haar neus te poederen.

Wanneer ze terugkomt, ziet ze Jantje met zijn lepel soep uitsmeren over het laken. Geschrokken roept ze uit: “Maar Jantje toch! Wat ben je aan het doen?!”

Jantje antwoordt: “Ik maak van drie vlekken één vlek, dat scheelt 4 euro.”

 

De mama van Jantje heeft net gepoetst

Jantje komt binnen, even nadat mama gepoetst heeft. Lap, de hele vloer vuil.

Zijn moeder zegt: “Jantje, hoeveel keer moet ik je zeggen dat je niet met vuile voeten binnen mag komen?”

Jantje zegt: “Maar mijn voeten zijn schoon. Het zijn mijn schoenen die vuil zijn.”

 

Jantje is bij de tandarts geweest

Jantje is bij de tandarts geweest.

Moeder vraagt hem: “Doet je kies nu nog pijn, Jantje?”

“Geen idee,” antwoord Jantje, “de tandarts heeft hem gehouden!”

 

Jantje mag niet op scherm

Jantje vraagt: “Mama mag ik op scherm?”
Moeder antwoordt: “Nee.”
Oma komt tussen: “Laat dat kind toch buiten spelen.”
Moeder zegt: “Nee. Hij moet eerst leren om naar zijn moeder te luisteren.”
Jantje reageert: “Mama waarom luister jij eigenlijk niet naar jouw moeder?”

 

Jantje maakt een opstel over de hond

Op school moest Jantje bij de juffrouw komen.

De juf zei: “Jantje, dat opstel dat je schreef over je hond is exact hetzelfde als datgene dat je broer vorig jaar schreef. Wat heb je daar op te zeggen?”

“Wel, juf.” antwoordt Jantje, “Het is natuurlijk wel dezelfde hond.”

 

Jantje kent het alfabet

Jantje komt voor het eerst op zijn nieuwe school.

De juf vraagt: “Ken je het alfabet al, Jantje?”

Jantje antwoordt: “Jazeker, juf”.

De juf vraagt dan: “Welke letter komt er na de A?”

Jantje antwoordt: “Alle letters, juf!”

 

Is de meester een ezel?

Jantje: “Meester, zou het een belediging zijn mocht ik u een ezel noemen?”

Meester: “Dat is zeer zeker een belediging!”

Jantje: “Maar wat als ik ‘Meneer’ zeg tegen een ezel?”

Meester: “Neen, dat is geen belediging.”

Jantje: “OK, meneer!”

 

De eerste schooldag van Jantje

Jantje, het zoontje van een treinconducteur, komt thuis van zijn eerste schooldag.

Hij is heel ontevreden. “Wat een stomme school!” zegt hij.

“Wat is er gebeurd?”, vraagt zijn moeder.

“Ik wil graag naar een andere school, ” antwoordt Jantje, “want dit is bedrog! Op de deur staat ’Eerste Klas‘, maar het zijn gewoon houten banken!”

 

Jezus is overal

In de godsdienstles legt de meester aan de kinderen uit dat Jezus overal rondom ons aanwezig is. Op het einde van de les vraagt hij : “En, kinderen, waar is Jezus vandaag?”

Fons steekt zijn vinger in de lucht en zegt : “Hij is in de hemel.”

Piet zegt : “Hij is in mijn hart.”

Ondertussen zit Jantje hevig met zijn vinger te zwaaien en als het eindelijk zijn beurt is om te antwoorden, zegt hij : “Hij zit bij ons thuis in de badkamer!”

De meester is verbaasd en vraagt Jantje waarom hij dat denkt.

“Wel,” zegt Jantje, “elke morgen wanneer mijn vader opstaat, klopt hij op de deur van de badkamer en roept hij ‘Jezus Christus! Zit gij hier nu nog !?'”

 

Jantje krijgt Engelse les

Jantje komt thuis van school en vertelt trots: “Ik heb vandaag mijn eerste Engelse les gehad. Nu kan ik “dank je wel” zeggen in het Engels.”

Zijn moeder antwoordt: “Dat is goed, want tot nu toe kon je dat nog niet eens in het Nederlands.”

 

Hoeveel tandpasta zit er in een tube?

Jantje vraagt aan zijn vader: ‘Papa, weet jij hoeveel tandpasta er in een tube zit?’

Zijn vader zegt: ‘Neen, jantje, ik heb geen idee.’

‘Ik wel!’ zegt Jantje, ‘Van in de badkamer tot in jullie slaapkamer.’

 

Wie het juist heeft mag naar huis

De juf, een kwartier voor tijd: ‘Wie de volgende vraag goed beantwoordt, mag naar huis.’

Jantje gooit zijn pennenzak tegen het bord.

Wie deed dat?’ vraagt de juf.

‘Dat was ik’, zegt de Jantje. ‘Tot morgen!’

 

Jantje stoot een vaas om

Jantje is met zijn ouders op bezoek in het museum. Hij stoot per ongeluk een antieke vaas om.

De suppoost schreeuwt het uit: ‘Domme jongen, die vaas is tweeduizend jaar oud!’

Jantje antwoordt opgelucht: ‘Gelukkig maar, ik was al bang dat hij nieuw was!’

 

Van wie heb ik mijn verstand?

‘Papa, van wie heb ik mijn verstand?’ vraagt Jantje.

‘Dat moet van je mama zijn, want ik heb het mijne nog.’ antwoordt papa.

 

Jantje wil een mevrouw troosten

Jantje loopt in het park. Hij ziet een vrouw huilend op een bankje zitten. Hij krijgt medelijden en loopt naar haar toe.

‘Mevrouw, wat scheelt er?’ vraagt hij.

‘Ach, jongen, niemand ziet me staan’, zegt de mevrouw snikkend.

Jantje antwoordt: ‘Maar dat is toch logisch, mevrouw? U zit toch!’

 

Jantje wil weten hoe laat het is

Jantje vraagt in de klas: ‘Hoe laat is het?’

De juf antwoordt: ‘Drie uur.’

Jantje zucht: ‘Oh nee!’

De juf vraagt: ‘Wat is er?’

Jantje zegt: ‘Ik vraag al de hele dag aan iedereen hoe laat het is en ik krijg steeds een ander antwoord!’

 

Het verschil tussen volle en halfvolle melk volgens Jantje

Jantje komt in de supermarkt.

Hij vraagt aan de medewerker: ‘Hebben jullie halfvolle melk?’

‘Nee,’ zegt de medewerker, ‘alleen nog maar volle melk.’

Jantje zegt: ‘Oh, maar dat is geen probleem. Dan giet ik de fles toch half leeg!’

 

Jantje bezoekt de balletschool

Jantje komt bij de balletschool van zijn zus en ziet alle meisjes op hun tenen dansen.

Jantje vraagt aan zijn mama: ‘Waarom dansen die meisjes op hun tenen? Hadden ze geen langere meisjes kunnen nemen?’

 

Jantje lacht in de klas

Jantje zit in de klas en opeens begint hij luidop te lachen.

De juf vraagt: ‘Waarom lach je zo, Jantje?’

Jantje antwoordt lachend: ‘Ik zat moppen aan mezelf te vertellen en de laatste kende ik nog niet!’

 

Jantje komt te laat op school

Jantje komt om 9 uur aan op school.

De meester zegt: ‘Je bent veel te laat op school! Hoe komt dat?’

Jantje antwoordt verbaasd: ‘Maar gisteren zei u nog dat het nooit te laat is om te leren!’